Cryobehandeling
Via een sneetje in de lies wordt het wat grotere vat dat oppervlakkig aan de binnenkant van het been verloopt, opgezocht. Een kleine sonde (buisje) wordt in dit vat geschoven. Dit lukt meestal tot direct boven de knie en soms tot direct onder de knie. Als de sonde goed ligt wordt de punt van de sonde bevroren. Nu is het mogelijk het vat er uit te halen. De natuur zorgt er zelf voor dat het uiteinde van het vat welke in het lichaam achterblijft, spontaan sluit. Meteen na de behandeling krijgt u de elastische kous aan. De ingreep vindt plaats in dagopname (link daghospitaal) waarbij u twee uur na de operatie naar huis kunt.
Verdoving
De Cryo behandeling (bevriezen) vindt meestal plaats met een ruggenprik, maar soms ook onder narcose.
Resultaat
Na een paar weken is het resultaat zichtbaar. Mochten er nog kleine resterende spataderen op andere plekken zichtbaar zijn, dan kunt u met de arts overleggen welke behandeling geschikt is om deze te verwijderen (sclerotherapie, flebectomie). Een groot voordeel van deze ingreep is dat er meestal geen littekens op het been achterblijven.
Nazorg
Na de ingreep draagt u gedurende enkele weken overdag elastische kousen. U kunt na de behandeling dezelfde dag naar huis. Zorgt u wel voor een begeleider. Na de behandeling kan gebruik van pijnstillers nodig blijken.
Risico’s en complicaties
Omdat er sprake is van een klein wondoppervlak is de kans op een complicatie gering. Algemene complicaties die na elke operatie kunnen voorkomen zijn bloedingen, infecties, gevoelloosheid, een slechte wondgenezing en een allergische reactie. Na de behandeling voelen sommige mensen tintelingen in het behandelde been. Dat trekt geleidelijk weg. Tenslotte is er, zoals bij iedere chirurgische ingreep een kleine kans op het ontstaan van een trombosebeen.
|